Plannen werd mijn redmiddel

27 jaar en dan al bijna 15 jaar ervaring hebben op het gebied van plannen en structuur. Klinkt best een beetje gek toch? Tenminste ik snap dat je het gek vindt. Graag neem ik je mee in mijn vijftien jaar ervaring. Ik begon namelijk niet met plannen, omdat ik het zo leuk vond. Plannen werd voor mij van levensbelang. Het werd mij redmiddel om te kunnen doen wat ik wilde doen. Een blog over de eerste grote rollercoaster in mijn leven. Over vechten en overwinnen.

Er is een ongeluk gebeurd

16 november 2005. Ik wilde dat ik kon zeggen dat ik het mij als de dag van gisteren kon herinneren. Niets is minder waar. Voor die dag kan ik mij niks bewust herinneren. En van die dag zelf. Een flard. Ik vertel je wat mijn ouders mij hebben verteld over die dag. Ik was rond kwart voor acht die ochtend op de fiets naar school gegaan. Het was die woensdagochtend mistig en een beetje regenachtig dus ik had een regenbroek aan. En aangezien ik 10 kilometer moest fietsen naar school, was een regenbroek wel aan te raden.

Papa komt rond acht uur terug binnen. Hij heeft net de honden uitgelaten langs de weg. ‘Er is aan het begin van de weg een ongeluk gebeurd.’ Papa deelt het mee terwijl mama, mijn broertje en zusje nog aan de ontbijttafel zitten. We wonen in een buitengebied waardoor we ook ver kunnen kijken. Het begin van de weg was immers 1,5 kilometer verderop. Mama kijkt naar de klok en vervolgens geschrokken naar mijn vader. ‘Als het Lindsay maar niet is.’ Geen gekke gedachte als je nagaat dat ik net van huis was vertrokken en ook langs die kant van de weg moest. Om mama gerust te stellen probeert papa mij mobiel te bellen. Geen gehoor. Opnieuw proberen. Opnieuw geen gehoor. ‘Ze zal hem vast wel op stil hebben staan.’ Mijn vader probeert mijn moeder gerust te stellen. En hoewel dat niet helemaal lukt worden de schoolspullen voor mijn broertje en zusje bij elkaar gebracht. Ook voor hen is het tijd om naar school te gaan. Papa rijdt langs de andere kant en hij is nog geen vijf minuten weg als zijn telefoon afgaat. ‘HET IS LINDSAY WEL!’ Ik had een ongeluk gehad.

Mijn moeder wist genoeg toen ze de politieauto op het erf zag rijden. Ze zegt het nog steeds. ‘Toen die auto het erf opreed. De wereld stopte. Mijn benen werden letterlijk onder mijn lijf geslagen.’ Papa is uiteraard direct teruggekomen. Met mijn broertje en zusje. Zij waren toen 9 en 11 jaar oud. Geen idee wat er nu precies met hun grote zus was gebeurd. Thuis krijgen ze van de politie te horen dat ik ben geschept door een bestelbus. De bestuurder heeft mij over het hoofd gezien en waarschijnlijk ik hem ook. Hierdoor ben ik met de volle 80 km/h aangereden. En iedereen moet met het ergste rekening houden. ‘We weten niet of ze het ziekenhuis levend haalt.’ Als de eerste familie en vrienden zijn ingelicht en er opvang is geregeld voor mijn broertje en zusje kunnen mijn ouders naar het ziekenhuis. Papa is heel even wezen kijken voordat ik naar het ziekenhuis ging. Ik was 25 meter verderop neergekomen naar de klap. Ook de traumahelikopter was ter plaatse. Maar met het vermoeden van hersenbeschadiging mocht ik daar niet mee vervoerd worden. Kortom onder politieescorte met een noodgang naar het ziekenhuis.

Wachten, wachten, wachten

In het ziekenhuis aangekomen is het een kwestie van wachten. Ik ben niet bij kennis en word door alle apparaten gehaald die er zijn om te zien wat de schade is. Na een paar uur is daar het antwoord en krijgen mijn ouders te horen wat er aan de hand is. Wonder boven wonderen heb ik niks gebroken. Alleen een diepe snee in mijn gezicht en wat blauwe plekken. Echter is het in mijn hoofd wel een oorlog. Ik heb een aantal puntbloedingen in mijn hersenen. De vraag is of ik uit coma ga komen en als dat lukt wat ik dan allemaal zou kunnen. De doktoren kunnen geen zekerheid geven. Maar ik leef. En op dat moment is dat alles wat telt.

Dan is het moment daar en mogen mijn ouders mij zien. Vast aan allerlei apparaten die in de gaten houden of het niet erger wordt. Door mijn hersentrauma ben ik dusdanig in stress dat ik alle snoeren onbewust los wil trekken. Hierom hebben ze mij vast moeten binden. Voor mijn eigen veiligheid. En ook daar krijgen ze weer dat onheilspellende bericht. ‘Houd er rekening mee dat ze er binnen 24 uur niet meer is.’ Heel even is er zelfs sprake van het plaatsen van een drukmeter. Gelukkig hoeft deze uiteindelijk niet geplaatst te worden.

‘s Avonds komen mijn broertje en zusje langs. Zodat ze mij nog een keer kunnen zien. En wonder boven wonder. Op het moment dat zij naar huis gaan doe ik mijn ogen open. Door de beademing kan ik niet praten, maar met pen en papier  kwamen we een heel eind. En hoewel alles nog onzeker is, dit was een lichtpuntje op een pikzwarte dag.

Plannen als redmiddel

Uiteindelijk lag ik drie dagen op IC en heb ik drie weken in het ziekenhuis gelegen. In het ziekenhuis leerde ik opnieuw lopen, maar ik zou nog een halfjaar rolstoelafhankelijk blijven. Lang verhaal kort, uiteindelijk heb ik twee jaar moeten revalideren en ook op een revalidatieschool gezeten. Een deel van de schade is blijvend. Zo heb ik vandaag de dag nog steeds last hoofdpijn dat per dag verschilt en is mijn energieniveau lager. Ongeveer 75% minder in vergelijken met mensen van mijn leeftijd zonder hersenbeschadiging.

Maar ik was toen net aan het puberen en wilde ook wat mijn leeftijdsgenootjes wilden. Sporten, lol maken. Uitgaan. Alles kon, maar ik was en ben snel overprikkeld. Een goeie planning was mijn redmiddel. Niet alleen plannen wanneer ik wat ging doen, maar ook zeker zorgen voor genoeg rustmomenten daarom heen. Na bijna vijftien jaar is dat mijn manier van leven geworden. Dat gaat nog niet altijd zoals ik wil dat het gaat. Ik heb nog steeds periodes dat ik teveel wil en teveel plan. Maar in de loop der jaren heb ik wel geleerd hoe ik plannen kan. Het is mijn redmiddel altijd. Zo werd ik in een jaar tijd drie keer geopereerd, maar ging ik wel gewoon over naar mijn examenjaar. Dat vergt discipline en structuur. Plannen blijft hoe dan ook mijn redmiddel. Ik kan niet anders. Al vijftien jaar doe ik niet anders.

En die vijftien jaar ervaring wil ik gebruiken om ook jou te helpen. Leer van mijn ervaring, mijn valkuilen en mijn uitdagingen. Ik geloof namelijk dat we dit samen kunnen. Toen heb ik het ook niet alleen gedaan, dus jij hoeft dat nu ook niet. Laten we kennis maken.